Interview met Ivo van Riel
Directeur Het Driespan

Een sociaal gedreven directeur. Die zijn soms scherpe toon verzacht met een vriendelijke lach. Meerdere malen vallen de woorden inclusie en gelijke kansen in dit interview. Misschien niet verwonderlijk als je bedenkt dat Ivo van Riel bij Het Driespan verantwoordelijk is voor elf cluster 4 scholen in de regio West-Brabant.

Verantwoordelijk ook voor al die leerlingen die, vanwege hun individuele problematiek en achtergrond, soms al op 1-0 achter staan in deze maatschappij. We spraken Ivo over zijn visie op onderwijsvernieuwing, samenwerking met het bedrijfsleven en de rol van wetenschap en technologie binnen het speciaal onderwijs (SO).

“Gelukkig krijgen we het onderwijs nog georganiseerd”

Een grote mate van ambitie worstelt met de realiteit van alle dag. In de wereld van het speciaal onderwijs strijden zorg en onderwijs nogal eens om de eerste plek.
“Er komt heel veel op het onderwijs af. Integrale Kindcentra, Passend Onderwijs en dan nog de samenwerking met de Jeugdzorg. Er wordt veel van onze leerkrachten en schoolleiders verwacht.”, licht Ivo van Riel toe: “Binnen het speciaal onderwijs bespelen we een andere tak van sport. Onze leerlingen kampen met diverse gedragsproblematiek. Vaak is niet eens het gedrag het probleem, maar veelal alles wat er omheen speelt. De thuissituatie, ouders die handelingsverlegen zijn. Wij bieden en andere setting, kleiner klassen, individuele aandacht, dat ontlokt dan ook vaak ander gedrag, soms ten goede.”

Aanleiding voor dit gesprek is de rol van het netwerk WTE, waar Ivo, als lid van het bestuur, een rol in speelt.

“Ingegeven door de aard van onze scholen, spelen de krachten van een aantal netwerken een grote rol. Allerlei soorten netwerken die nog niet eens onderwijsinhoudelijk zijn. Puur in voorwaardelijk zin. Dit vraagt veel van onze schoolleiders. Die wordt vaak geleefd door de waan van de dag. Wekelijks het gesprek met de commissie van begeleiders, de motor van de leerlingenzorg.

Gesprekken met ouders, samenwerkingsverbanden, zorg-partners, met leerplichtambtenaren. Dat heb je in het reguliere onderwijs veel minder, dat is onze core-business. Gelukkig krijgen we nog onderwijs georganiseerd.”

Het speelveld van een schoolleider in het SO is dus ontzettend breed.

“Maar let wel, wij houden niet van pamperen. We bieden wel perspectiefrijk onderwijs. Het gros van onze leerlingen gaat hartstikke goed. Daar waar ze ooit stagnatie hadden in hun ontwikkeling, komen ze nu verder.”

Wat is de rol hierin voor jullie als onderwijs?

“Onze visie en strategie zijn onderwijsinhoudelijk. Wij bieden een echt onderwijs inhoudelijk perspectief voor onze leerlingen. Daar waar kan, laten we kinderen weer terugstromen in het regulier onderwijs. Er is nog een hele weg te gaan om dat te verbreden. We werken opbrengstgericht.

Onze onderwijsresultaten zijn soms beter dan in het reguliere onderwijs. Leerlingen vinden bij ons weer de knop om zich te ontwikkelen, doordat de omgeving veranderd is, de zorg ingeregeld. Elke school kent ook een eigen schoolplan. Onze kinderen worden niet onder hun niveau geplaatst. Ze hebben ook gewoon een regulier diploma.”

Dus het Passend Onderwijs is gelukt, wat jou betreft?

Er valt een stilte…. “Kijk, ik ben niet zo geduldig. Transities duren gemiddeld 10 jaar.
Vier jaar geleden, met het invoeren van Passend Onderwijs, is voorspeld dat onze leerlingenaantallen zouden dalen. De begrotingen werden daarop afgestemd. De reorganisatie was al ingezet. En Speciaal Onderwijs werd een beetje een vies woord. Maar wij doen hele goeie dingen. En wat blijkt nu, het leerlingaantal is gestegen.

Passend onderwijs behelst ook de transitie binnen de jeugdzorg en de wet op de arbeidsparticipatie. Ga er maar aanstaan! Dat is een heel proces. Daar begint nu pas schot in te komen. Het is echt onnodig ingewikkeld gemaakt. De echte schotten zijn zo breed, daar kun je gewoon niet eens langs. Wie doet wat? Wie is waar verantwoordelijk voor. Wat is de taak van de zorg en wat is de taak van het onderwijs.”

Wat keert dan langzaam ten goede?

“Een leerkracht weet vaak heel goed wat een leerling kan. Maar als wij, als maatschappij, de druk blijven leggen op het cognitieve vlak, dat iedereen moet studeren, dat we de opbrengsten op cognitief vlak blijven promoten, dan weet je dat er één doelgroep extra buiten de boot gaat vallen. Je kunt ook met elkaar zeggen: We kijken naar die leerling. We richten ons op brede beroepsvaardigheden. Dan krijg je een ander plaatje van een leerling, dat zegt een toekomstige werkgever misschien wel veel meer dan een algemeen diploma. Dat is een hele andere benadering.”

Hoe richt je je dan op andere opbrengsten, heb je daar een idee bij?

“Ik voorzie een nieuwe vorm. Wij bouwen met leerlingen aan hun portfolio van basisvaardigheden, competenties en kennis. Dit kun je als leerling, ouders, vervolgopleiders volgen en inzien. Het zou mooi zijn als deze talenten daarna worden opgepikt door het bedrijfsleven en verder opgeleid worden binnen de structuur van het bedrijf. Daar geloof ik in. Ik geloof erg in leerwerkplaatsen. In een echt bedrijf met een leermeester, een arbeidscoach, iemand die jou helpt. Die bij kan schakelen waar nodig zodat je werkritme kunt opbouwen.”

“Binnen het VSO (Voortgezet Speciaal Onderwijs) geloof ik in focus op arbeidsparticipatie. Dat is het perspectief wat we onze leerlingen nog veel meer zouden kunnen bieden. Natuurlijk is er een groep leerlingen met afstand tot de arbeidsmarkt. Maar dat geldt zeker niet voor iedereen. Heel veel leerlingen hebben loonwaarde. Een wat afstandelijke term, maar het wil gewoon zeggen dat deze leerlingen in staat zijn tot een volwaardige baan en dito salaris.”

Sorteer je binnen je huidige beleid al voor op deze benadering?

“We hebben de afgelopen drie jaar meer ingezet op talentmanagement. W&t en o&o-leren introduceren bij medewerkers en schoolleiders. Ze uitdagen om deze visie meer te gaan omarmen. Structuur, methodegericht, dat was onze manier van werken.

We hebben een taak om onze leerlingen voor te bereiden op hun toekomst. We zijn ook bezig met de verbinding in de maatschappij. Hoe doorbreken we het vastlopen van leerlingen en ouders in ons onderwijs- en zorgsysteem? Hoe maak je die verbinding als organisatie?”

“Je zou eigenlijk elk kind speciaal onderwijs gunnen. Kleine klassen, individuele aandacht en persoonlijke leerplannen en dito doelen.”

Je zegt: maatschappelijke verbinding, ik denk dan: netwerk. Heb je in dit verhaal iets aan een netwerk zoals WTE?

“Ik vind het heel veel energie geven. Ik kan daar veel halen. Langzaam kan het SO binnen de huidige dynamiek mee veranderen. Inspiratie opdoen, doorpakken in talentontwikkeling, hoe pak je professionalisering op? Ambassadeur voor het speciaal onderwijs, dat zie ik wel als een rol voor mezelf. Thema’s verbinden, ontwikkelingen duiden binnen het speciaal onderwijs. Hoe speciaal zijn die eigenlijk? Talentontwikkeling op de kaart binnen het speciaal onderwijs? Hoe speciaal is dat eigenlijk?”

“Om talenten te ontplooien, moet je ze ook ontpoppen. Daar kunnen wij leerlingen heel goed bij helpen.”

En talent is er bij Het Driespan. Onlangs wonnen een aantal knappe koppen van Het Brederocollege in Breda de 2e prijs op de SCI-Tech National Challenge.

Deze wedstrijd richt zich op het stimuleren van het technisch-wetenschappelijk denken van jongeren waarbij ze creatief bezig zijn met ‘idea generation’ en samenwerkingstechnieken. De leerlingen kregen een bestaand bedrijfsprobleem voorgelegd waarvoor ze met hun team een creatieve/innovatieve oplossing moeten zoeken in STEM context. De leerlingen van het Bredero College willen de mobiliteitsproblemen in Brussel aanpakken door een monorail die rijdt op elektriciteit (zweeftrein) te bouwen. De monorail stopt bij veel toeristische plekken en bij de rail worden parkeergarages gebouwd, zodat mensen de auto kunnen laten staan. Daarnaast komen er gratis parkeerplekken voor carpoolers, worden er paaltjes in het centrum geplaatst om auto’s tegen te houden.

En daar is Ivo trots op, dit gunde hij zijn leerlingen al heel lang. Een welverdiende podiumplaats naast de ‘gewone’ leerlingen.