Interview met
Arriën voor de Poorte
oud-schoolleider en docent op Het Willem

De vestiging van het Willem van Oranje College in Wijk en Aalburg, kortweg Het Willem, heeft een zeer regionale functie. De leerlingen, veelal jongens, komen uit een straal van 25 kilometer rondom de school.

Op deze plek, middenin het technieklokaal waar eerstejaars VMBO-leerlingen letterlijk en figuurlijk hard aan het werk zijn, spreken we met Arriën voor de Poorte, voormalig schoolleider van een basisschool in Sprang-Capelle en nu docent op Het Willem. Hij vertelt kleurrijk en enthousiast over deze school:

“Als je hier voor een het Vakcollege Techniek kiest, krijg je als leerling elf uur praktijk in het eerste en tweede jaar. Dat maakt deze school aantrekkelijk. De meeste leerlingen zijn op de basisschool tegen hun plafond aangelopen en willen heel graag met hun handen gaan leren. Daar zijn ze goed in.”

Arriën schetst een beeld van leerlingen die weer met plezier naar school gaan volgens de ouders en trots zijn op wat ze kunnen. We vragen hem naar zijn project Techniek Talent, de verbinding tussen primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO) en de samenwerking met het bedrijfsleven.

Wat is je drijfveer om te werken in het onderwijs?

“Na 16 jaar in het basisonderwijs gewerkt te hebben was ik toe aan een nieuwe uitdaging. De technische kant van het VBMO vind ik interessant. Er zijn veel mogelijkheden en kansen. Met veel plezier ben ik hier aan de slag.

Binnen het VMBO zijn veel kansen voor vernieuwing. De ontwikkelingen in de techniek gaan heel snel. We zijn gestart met 3D tekenen op de computer in de onderbouw, met robotica en programmeren en 3D-printen in de onderbouw. Ik vind het erg leuk om nieuwe dingen te ontdekken, kritisch te kijken naar het onderwijs en hoe het beter kan. Laat mij maar losschudden en motiveren, verduurzamen is niet echt mijn ding.”

Wat zijn die nieuwe ambities?

“Het Sterk Techniek Onderwijs (STO) biedt nieuwe kansen. Inmiddels is er een regioplan met scholen uit de regio Gorinchem. Samen met MBO-scholen, een aantal betrokken ondernemers uit het bedrijfsleven en een aantal VMBO scholen.
Voor de techniekvisie op onze eigen school hebben we een gezamenlijke visie-dag gehad.

Het bedrijfsleven heeft zinnige feedback op ons onderwijs gegeven. Vandaaruit kunnen we gaan werken aan het versterken van het techniekonderwijs op onze school. Een belangrijke tip: werk aan basisvaardigheden van je leerlingen naast de technische vaardigheden. Hun communicatieve en sociale vaardigheden zijn enorm van belang voor het slagen op de arbeidsmarkt. Een ondernemer wil medewerkers die hun afspraken nakomen en die zorgdragen voor hun spullen. Het vormen van een eigen persoonlijkheid, dat is nog wel belangrijkste.”

 De persoonlijke vorming, is dat een andere rol voor de leerkracht in het PO dan in het VO?

“Kinderen worden in het VO te veel en te snel losgelaten qua sociale opvoeding. Het verschil hierin tussen PO en VO is erg groot. Je moet als onderwijs meebewegen met de sociale realiteit. Als ze het niet meekrijgen van thuis, dan moet je daar als onderwijs wat mee. Stel het kind centraal en begeleidt ze intensiever. Ik bied jongeren aan om op donderdagmiddag in mijn lokaal hun huiswerk te maken. Daar bereik ik meer me dan ze op hun kop geven als ze het niet af hebben.

De kunst van het differentiëren in het PO, daar kan het VO veel van leren. Op de basisschool wordt op meerdere, soms 6, niveaus lesgegeven in één groep. Ik vind dat docenten op het VO veel meer gefaciliteerd worden dan op het PO. Met name in tijd en ondersteuning. 60% voorbereidingstijd voor je lessen, dat vind ik een luxe.”

Hoe kun je leerlingen in het PO stimuleren om meer nieuwsgierig te zijn naar techniek of technologie?

“Tijdens een studiedag van alle Protestants-Christelijke scholen in de gemeente Waalwijk waren er van de 100 leerkrachten slechts twee man en drie mannelijke directeuren. Het gemiddelde kind heeft tot zijn 12de ongeveer 95% vrouwen om zich heen in een opvoedkundige rol. Dat schetst een eenzijdig beeld. Jongens hebben ruimte en tijd nodig en ook uitgedaagd worden. Restantje hout en spijkers en aan de slag! Dat is ook voor meisjes belangrijk. Kinderen hebben geen beeld meer van wat vader en moeder doen voor hun werk.”

“Mijn vader is badmeester”, zei mijn nichtje. Heel leuk natuurlijk, maar hij is technisch directeur van een bedrijf wat matrijzen maakt. Maar ja, daar heeft ze geen beeld bij.

Op het VMBO doet de onderbouw bedrijfsbezoeken bij bedrijven in de regio. Met een aantal van hen hebben we nu gezamenlijk lesprogramma’s ontwikkelt. Van grondstof tot eindproduct.

We brengen ook een bezoek aan installatiebedrijven. Een van die bedrijven maakt transportschroeven, harde metaal, maar dat is een super strak bedrijf en schoon. Een robot die in tussen het magazijn en de werkplek op en neer rijdt, zodat de medewerker op zijn of haar werkplek kan blijven. Hypermodern. Het is heel goed om leerlingen al vroeg kennis te laten maken met deze werelden en een perspectief te schetsen van een mogelijke toekomst.”

Technisch Talent

Techniek Talentjes is gestart als pilot samen met de naastgelegen basisschool. Een klein project om leerlingen van groep 7 die interesse hebben voor techniek, extra te voeden. Iedereen die dat leuk vond mocht zich inschrijven, maar je moest je wel motiveren in een gesprek. Het project bestond uit lessen op het VMBO in de werelden van techniek met aandacht voor onderzoek, ontwerp en het realiseren van het ontwerp, basisvaardigheden in de techniek en kennismaking met verschillende afdelingen. Heel leuk, maar na het project hebben we de doelgroep aangepast. De volgende periode zijn we gestart met leerlingen die uitstroomniveau VMBO Basis en Kader hebben of praktijkonderwijs.

In dit project laten we kinderen ervaren en voelen dat hun talent ertoe doet. Daar groeien ze van, elke week een middag weg van school. Deze opzet kunnen we ook meer regionaal uitrollen. We vormen een praktijkgerichte talentklas, net zoals de plusklas. Inmiddels is de naam aangepast naar BTK (Bovenschoolse Techniek Klas).

We moeten ook echt stoppen met de termen laag – en hoogopgeleid! Daar gaat het namelijk mis. Zolang een vrijetijdsmanager meer verdient dan een goede timmerman, gaat er iets mis in ons land. Het is een beeld dat gecreëerd wordt van bovenaf, en daar doet het ministerie van OC&W hard aan mee.”

 Wat versta jij onder onderwijsvernieuwing? Is dat bijvoorbeeld dit project, het STO of zie je dat breder?

“Ik ben wel voorstander om deels de methodes los te laten en te werken op leerlijnen, leerdoelen en vaardigheden. Een volgende stap voor mij zou zijn thematisch te werken. Maak je onderwijs betekenisvoller. Het is heel spannend maar ook heel leuk! Zowel in het PO als in het VO.

In het VMBO is wel een ontwikkeling gaande waarbij leerkrachten meerdere vakken geven en docenten meer verbinding zoeken met elkaar. Daardoor zijn zij in staat ook vakoverstijgende naar de stof kijken, ze kunnen verbindingen maken en zo wordt hun onderwijs voor de leerling betekenisvoller. Ons onderwijs zit erg vast in patronen. Ik denk dat dat zorgt voor die enorme werkdruk en het slechte imago. We blijven maar doen zoals we het deden.

Er is veel aan de harde opbrengsten gedacht de laatste jaren. Dat is waar je als school op afgerekend wordt. Scoor je onder de norm, dan moet je je als school verantwoorden. Op zich logisch, maar er is meer dan alleen de cognitieve opbrengst van het leerproces. Finland wordt als voorbeeld gesteld, maar in Finland lopen academici rond binnen het basisonderwijs en heeft de regering zich al lang niet inhoudelijk met het onderwijs bemoeid.

In Nederland roept het ministerie elk jaar iets anders. Nu is het w&t, dan is het burgerschap, overgewicht, duurzaamheid. De overheid geeft een tijdelijke financiële injectie en je moet het er gewoon bij doen. Laat het onderwijs zichzelf eens echt goed organiseren. Zij weten wel wat belangrijk of goed is.”

Visie op de toekomst: muren slechten en bruggen bouwen

“Het is belangrijk om scherp te blijven in het onderwijs. Niet bedrijfsblind te worden. Naar buiten kijken wat de leerling nodig heeft en wat de maatschappij van de leerling vraagt.

Voor sommige leerlingen zou het goed zijn om de schoolkeuze te maken als ze ouder zijn. Misschien een soort tussenschool voor 10- tot 14-jarigen. Ook moeten we de manier van toetsen aanpassen, misschien wel afstappen van het centraal examen en ons meer richten op vaardigheden. Over 4 jaar zijn hier de muren tussen de afdelingen weg. Letterlijk misschien niet, maar figuurlijk wel.

Samenwerken met de afdelingen Zorg & Welzijn. Een koppeling maken met de bedrijven en het MBO uit de regio. Gezamenlijk investeren, dat lijkt me erg goed voor de toekomst van het technische onderwijs.”

“En de belangrijkste les voor onze leerlingen: wordt niet afhankelijk van de waardering van een ander, leer je eigen koers en kwaliteit bepalen. Dat is een extreem belangrijke vaardigheid voor onze leerlingen. En eigenlijk voor iedereen.”