Toen Paul Meessen twee jaar geleden aantrad als directeur-bestuurder van SKOSO trof hij een mooie club mensen aan, die een nieuw onderwijsconcept wilde omarmen, De Ontdeklab filosofie. Vragend werd zijn kant opgekeken: ‘Gaan we dit verder aanzwengelen?’. Pauls antwoord was volmondig JA! ‘Omdat het nodig is om ons onderwijs aantrekkelijker te maken en aan te sluiten bij de leerbehoefte van kinderen. Het is ook een mooie manier om te kunnen differentiëren in de klas.’

Deze visie wordt letterlijk én figuurlijk ondersteund door Tine Strikkers, bovenschools ICT-coach en al 39 jaar werkzaam bij SKOSO. Zij weet wat er speelt en leeft in de organisatie. Innoveren, dingen uitzoeken, nieuwe werkvormen bedenken, dat is waar Tine haar energie uithaalt. Dat was al zo toen ze nog als juf voor de klas stond. Nu brengt ze al voor het derde schooljaar, als stuwende kracht van Het Ontdeklab, haar ideeën en vaardigheden in de praktijk.

NAAR BUITEN KIJKEN

Het Ontdeklab biedt SKOSO een kapstok om hun onderwijs te innoveren. Het concept is verbonden aan het thema duurzaamheid. Binnen Het Ontdeklab ontwikkelen de zeven scholen activiteiten waarbij het ‘Ontdeklab leren’ verbonden is aan de
17 Sustainable Development Goals (SDG). De 17 SDG’s zijn omarmd door de Verenigde Naties en hebben als gezamenlijk doel dat de wereld in 2030 een betere plek is om te leven voor iedereen.

Waarom Duurzaamheid als thema?

Paul: ‘Vanuit de overtuiging dat wij een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben rond duurzaamheid. Niet alleen omdat iedereen het nu heeft over zonnepanelen en klimaatverandering. Onze taak is om onze kinderen voor te bereiden op de maatschappij van morgen. Als je dan kijkt wat er structureel gedaan wordt binnen het onderwijs aan duurzaamheid, dan valt dat heel erg tegen. Je komt allemaal losse activiteiten tegen en een beetje in de methodes maar nog weinig in samenhang. Wij hebben daar een missie in, die gaan we ook in ons nieuwe koersplan verwerken. Het thema krijgt een prominente plek. Wij hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid in duurzaam denken en doen.’

Tine: ‘Het Ontdeklab is ook een fysieke plek waar je grote buitenschoolse activiteiten kan aanpakken. We streven naar mini-ontdeklabs op de scholen, zodat de materialen dichtbij de leerkrachten en kinderen aanwezig zijn. We lenen hier ook materialen uit. Dit schooljaar investeren we in de spullen en de volgende stap is het implementeren en integreren van deze werkvorm in het curriculum van de lessen. Hoe kunnen we deze materialen gebruiken bij thematisch werken, bij rekenen en taal?’

Paul: ‘We staan nog aan het begin, maar het idee is dat scholen, het liefst samen met 1 of 2 bedrijven uit de directe omgeving van de school, projecten en leeractiviteiten ontwikkelen.
We proberen het ‘naar buiten kijken’ te stimuleren. Dat bedrijven en scholen enkele van de doelen gaan adopteren en daaromheen de Ontdeklabactiveiten ontwikkelen.
Het Ontdeklab is niet een doel op zich, het is een middel, een manier van leren, die kinderen laat ervaren wat duurzaam denken en doen eigenlijk inhoud.’

NEOVITO

Het Ontdeklab is te vinden in het gebouw van Neovito, een organisatie die onder andere verbindingen tussen bedrijfsleven, maatschappelijke partners en onderwijs op het gebied van duurzaamheid probeert te leggen.

Paul: ‘Ik ben heel blij met de samenwerking die we hebben gevonden met Neovito. Het is nog een stevige kluif om dit concept goed in het onderwijs weg te zetten. Qua idee is het niet zo moeilijk, je kunt hele mooie dingen bedenken, maar de crux zit hem in hoe we het goed tot leven brengen bij de leerkrachten.’

GROOT DENKEN, KLEIN DOEN

Hoe breng je een nieuwe manier van werken nu goed in de klassen en creëer je draagvlak binnen je teams?

Paul: ‘Sinds een jaar kennen we binnen SKOSO vijf zogenoemde kenniskringen. Elke kenniskring heeft een thema en is bovenschools actief. Kenniskring21, gaat over het 21-eeuws leren. De kenniskringen krijgen geen concrete opdracht, de inhoud wordt bepaald door de leerkrachten die in zo’n kenniskring deelnemen. Dat is soms wennen. In elke kring zit ook een directeur van een van de scholen, zodat de verbinding met de strategische lijn blijft bestaan. Er worden al mooie stappen gezet. Groot denken, klein doen, kleine stapjes zetten. Er gebeuren hele mooie dingen.’

Tine: ‘Binnen Kenniskring21 hebben de leerkrachten en directeuren een visie rondom technologie, ict en duurzaamheid bedacht. Dat is belangrijk. Niet zo maar als een kip zonder kop iets doen. Er moet wel iets achterliggen. Hoe krijgen we dit richting de klassen? De voorzitter van de kenniskring is altijd een leerkracht en geen directeur.’

Paul: ‘Zo proberen we in de uitwerking van de professionalisering van de leergemeenschappen, de kenniskringen, de verantwoordelijkheid daar te leggen waar hij hoort, bij de leerkracht. En vervolgens hebben we veel dialoog over hoe je samen tot elkaar komt als team. Het heeft een paar jaar nodig, is mijn ervaring, voordat die verantwoordelijkheid goed gepakt wordt. Ik zie veel enthousiasme.’

Tine: ‘Deze manier van werken geldt ook in Het Ontdeklab. Wij gaan niet vertellen hoe leerkrachten een les moeten uitvoeren. We nodigen teams uit op Het Ontdeklab en laten ze zelf ervaren hoe een les eruit kan zien. Zoals kinderen beginnen. Maak maar fouten, probeer maar uit. De een duikt er dan gelijk in, de ander wacht wat meer af. Net als in een klaslokaal. Alle teams zijn inmiddels een keer geweest.’

GEEN GREINTJE CYNISME

Onderwijsvernieuwing staat soms ook onder druk. Leren kinderen nog wel fatsoenlijk rekenen en spellen? Het onderzoekend en ontdekkend leren staat op gespannen voet met CITO-scores, de inspectie en de populariteit van een serie als De Luizenmoeder.

Hoe ga je als bestuurder om met deze kritische noten?

Paul: ‘Terecht die kritische vragen en ik snap waar je naartoe wilt. Maar voor mij zit er geen greintje cynisme aan dit verhaal en we lopen zeker niet met een modetrend mee. Als je kijkt naar de 21-eeuwse vaardigheden en naar de leerkrachten die daar iets mee hebben, dan lopen zij voorop. Zij hebben er meer verstand van dan ik. Ik wil mensen de ruimte geven om zich te ontwikkelen. Tegelijkertijd ben ik realistisch in wat je mag verwachten. De leerkracht staat gewoon voor de groep en heeft niet alle tijd om zich te verdiepen in dit soort zaken. Maar ik zie mensen rondlopen in onze organisatie die bevlogen zijn, die iets willen, en die ook een podium nodig hebben om hun ei kwijt te kunnen.’

Tine: ‘We hebben natuurlijk niet alles overboord gegooid. We hebben ook nog gewoon taal-, reken- en spellingslessen. Zodra we daarnaast iets organiseren rondom een thema zoals Technologie dan voel je vooral enthousiasme, ook bij ouders. Ouders willen ook graag meehelpen en iets toevoegen vanuit hun bedrijf of organisatie. De school is een onderdeel van de samenleving. Waarom zouden we op een eilandje blijven zitten en na een paar jaar tegen onze leerlingen zeggen zo, en zoek het nu maar uit?’

Paul: ‘We werken op alle scholen met ouderpanels, los van de MR en de Ouderraad. Zij denken mee over de onderwijsontwikkeling. Dan gaat het ook over dit soort zaken, wordt er eigenlijk ook nog gewoon goed lesgegeven? Je moet ouders hierin meenemen. Mijn ervaring is dat dat eigenlijk heel soepel gaat.’

Hoe meet je dan je opbrengsten?

Tine: ‘Het proces is het belangrijkste. Hoe gaan we samenwerken? Hoe gaan we om met tegenslag? Durven we fouten te maken? Kunnen we oplossingsgericht werken? Dan volgt uiteindelijk het resultaat. Maar dat is voor leerkrachten én leerlingen moeilijk. Hierin geven we vanuit Het Ontdeklab tips & tricks aan leerkrachten.’

Paul: ‘Hoe kun je een Ontdeklabactiviteit inzetten, die ook helpt om een hogere opbrengst te genereren? Daar zit echt de volgende stap in het onderwijs. Hoe meet je opbrengsten dan? Wat vind je dan belangrijke opbrengsten in het kader van de gestelde doelen? Laatst, tijdens een schoolbezoek, waren de kinderen bezig met constructies van spaghetti en marshmallows. Als je dan ziet hoeveel leerdoelen je in een kwartier te pakken hebt binnen één activiteit, dan sta ik echt versteld. En hoe mooi een leerkracht kan uitleggen hoe ze dit beredeneerd inzet in het lesprogramma, dat is wat je wil. Daar heb je dus geen robots voor nodig!’

LEREN IN EEN NETWERK

Paul: ‘We willen contact maken met het lokale bedrijfsleven. Het Ontdeklab is een manier van denken en werken. Niet alleen fysiek hier op locatie of binnen de mini-labs op scholen maar ook tijdens bedrijfsbezoeken. Structureel én gestructureerd contact. Leerplekken buiten de deur. Zo zie ik heel veel mogelijkheden binnen Meierijstad. We sluiten ook aan bij het bedrijfsplatform, daar zit ook het Voortgezet Onderwijs aan tafel.’

Heb je structureel bestuurlijk overleg in de regio? Hoe is daar de samenwerking en kennisdeling georganiseerd en is er een gedeelde agenda?

Paul: ‘Naast de verplichtingen uit de LEA, maken we met de gemeente afspraken over een gezamenlijke innovatieagenda. We zijn een relatief kleine regio, ten opzichte van bijvoorbeeld Brainport, maar er is qua bedrijfsleven alles, qua onderwijs ook. Er mag wat meer gecoördineerde actie komen, zonder dat het een eenheidsworst wordt. Dat is wel de zorg bij sommige besturen: “Waar blijft mijn eigenheid?”. Er is zoveel van elkaar te leren!’

Tine: ‘Bij alle activiteiten probeer ik de verbinding te zoeken met de omgeving. Of er nu een directeur van een bedrijf in een jury zit, of de wethouder bij een opening, ik zorg voor de zichtbare verbinding. De vraag is nog wel hoe we onze rol naar de bedrijven toe helder kunnen maken en hun verbinden aan het curriculum van de school. Hoe kan bijvoorbeeld een leerlijn eruitzien?’

Paul: ‘We hebben geen unieke uitvinding gedaan. We proberen vanuit onze verantwoordelijkheid iets op te pakken en een bepaalde infrastructuur hier in de regio neer te zetten. We zoeken hier lokaal ook altijd naar goede voorbeelden. We koppelen het direct aan de missie en visie van andere samenwerkingsverbanden.’

Wat is jullie droom over 5 jaar?

Tine: ‘Alles is geïntegreerd. De naam Ontdeklab is overbodig. We gaan gewoon vanzelfsprekend aan de slag met materialen. Nu moet het even een boost krijgen om te laten zien en ervaren wat er allemaal mogelijk is.’

Paul: ‘Samenwerking met bedrijven moet vanzelfsprekend zijn. Ik nodig ze ook uit om mee te denken over ons nieuwe koersplan. We hebben tegen die tijd voor alle 17 doelstellingen, en misschien zijn het er tegen die tijd wel 20 of 25, een curriculum ontwikkeld. Het liefst voor PO en VO.’

Tine: ‘Het is eigenlijk zo simpel. Die kinderen staan zo open, stellen zoveel vragen en zijn zo nieuwsgierig.’

OVER SKOSO

SKOSO wil in het kader van innovatief onderwijs op gebied van ICT, wetenschap, techniek en excellentie een olievlekwerking tot stand brengen op de scholen van SKOSO zelf, maar ook in de regio en wellicht later ook daarbuiten. Dit doen we het liefst in samenwerking met zoveel mogelijk externe partijen.

SKOSO, Stichting voor Katholiek Onderwijs Sint-Oedenrode, is een stichting waaronder 7 katholieke basisscholen vallen. Deze scholen hebben elk hun eigen karakter en werksfeer. Door samenwerking op bovenschools niveau ondersteunen en versterken de scholen elkaar. Met ongeveer 125 medewerkers is SKOSO één van de grotere werkgevers in de Sint-Oedenrode.
Meer informatie vind je op: www.skoso.nl/ontdeklab