Interview met Bart Coppes
Projectcoördinator Deltaplan Techniek

Bart Coppes begon zijn carrière voor de klas. Via allerlei omwegen langs het bedrijfsleven, de uitzendbranche en verschillende onderwijsinstellingen, is hij nu projectcoördinator van het Deltaplan Techniek in Midden-Brabant.

Een gedegen plan waarbinnen onderwijs, bedrijfsleven en de lokale overheden samenwerken om jongeren toe te leiden naar werken in de techniek of technologie. Het plan omschrijft een ambitie, de daadwerkelijke activiteiten worden, naast ondersteuning van het bedrijfsleven, o.a. gefinancierd door de landelijke regeling Sterk Techniek Onderwijs (STO).

Binnen dit project werkt Bart samen met het funderend onderwijs in Tilburg. In de nieuwe creatieve hotspot LocHal spraken we hem over zijn expertise – hij stond in het verleden aan de wieg van het techniekpromotiebureau Technific, het educatieve programma Techniek&Ik en de post-hbo opleiding W&T Expert van Fontys Hogescholen – zijn persoonlijke drive, zijn visie op w&t én het stimuleren van techniek in het primair onderwijs.

Een hart voor onderwijs

Lesgeven zelf vond Bart wel leuk, maar zijn interesse richtte zich al snel op het proces van leren bij de leerlingen, wel gekoppeld aan de inhoud, maar niet enkel op het resultaat. “Op het moment dat je het ontwikkelingsproces serieus neemt bij leerlingen en niet de taak, dan heb je ze voor je gewonnen.”, vertelt Bart enthousiast. “Ik probeerde me met de leerlingen te verbinden. Ik begreep dat hun levenswereld groter was dan alleen het schoolgebouw en ja, mijn leren jack en oorbel zullen in die tijd ook meegespeeld hebben.”

Transitie van focus op het resultaat naar focus op het proces, wat bedoel je daarmee?

“Ik heb er een hekel aan als mensen klakkeloos patronen blijven volgen. Met de methodiek o&o-leren kwam er voor het eerst een houvast met een lossere structuur. Dit is een structuur waar leerlingen èn leerkrachten mee uit de voeten kunnen. Met de beste intenties wordt er soms onder het mom van vernieuwing voor iets gekozen en dan gaan leerkrachten ineens niet meer van dat pad af, zonder zelf nog te blijven nadenken. Dat zie je in de hele onderwijskolom. Met o&o-leren leer je naar je leerlingen kijken en niet alleen maar te focussen op de eindopdracht.

Onderwijsmensen zoeken graag houvast in een structuur, een soort stappenplan voor leren. Dat is echter te veel leerkracht gestuurd. Maar als je de focus legt op het proces, dan moet je als leerkracht de ontwikkeling bij je leerling aanvoelen. Waar heeft het kind behoefte aan? Welke vragen moet ik stellen? Dan zie je pas de ontwikkeling van de leerling, dàt is belangrijk. Creëer een rijke leeromgeving als school. Wees creatief. Laat je leerlingen leren door te ervaren.

Ik mis soms echt een visie op onderwijs binnen de onderwijsorganisaties zelf. Iedereen stuurt op output. Laat de focus op de kinderen blijven. En, daar kom ik weer, op het proces van leren.

Leerkrachten zijn geneigd de oplossing te bieden, de frustratie weg te nemen. Maar dat is geen leren! Sta open als docent, zeg tegen je leerlingen, kom vooral als je vragen hebt, maar probeer het eerst eens zelf? Waar en hoe kun jij het antwoord zelf vinden op deze vragen? Laat leerlingen struikelen, laat ze zelf opstaan, blijf ze ondersteunen, help ze soms overeind, laat ze opnieuw proberen en weer struikelen net zolang totdat ze niet meer struikelen. Dat is mijn filosofie. Dat betekent het onderwijs op de schop!

Dat zie ik nog bij weinig scholen echt doorgevoerd. Er zijn uitzonderingen zoals de scholen Mondomijn in Helmond en de Wittering in Den Bosch. Deze zijn op allerlei vlakken innovatief bezig zijn. Dat gaat ook met flink wat rumoer en horten en stoten, maar daar verandert wel echt iets.”

Kun jij, als projectcoördinator van het Deltaplan Techniek, bijdragen aan die onderwijsverandering?

“Voor het Deltaplan Techniek bedenken we een strategie om meer jongeren in de techniek te krijgen, het coördineren van alle nieuwe en bestaande initiatieven en dat afstemmen op elkaar, daar houd ik me mee bezig.

Door de hoeveelheid aandachtsgebieden, een vrij complexe opdracht. Dit kan niet met een individuele school of bedrijf, we werken er dan ook aan om intensieve samenwerking te bevorderen. Het belangrijkste aandachtspunt is dat er in de regio Midden-Brabant geen enkele VMBO-school een technisch profiel heeft. Dus jongeren kunnen niet gericht kiezen voor techniek. Er is in de loop van de tijd regionaal aanbod vervallen. Vanuit schoolniveau begrijp ik dat het zo ontstaan is. Vanuit economische overwegingen is het niet levensvatbaar om een opleiding met maar zes leerlingen open te houden. Maar op regionaal niveau is dat desastreus.

Het collectieve nut, de maatschappelijk relevantie om technische opleidingen in het vmbo open te houden, heeft de afgelopen jaren niet de prioriteit gehad. Nu, met het Deltaplan Techniek, ondersteund door de regeling STO, komt er financiële en organisatorische ruimte om hier een gezamenlijk plan op te maken.

Met tien scholen bouwen we samen aan een nieuwe infrastructuur. Inhoudelijk gaan we met elkaar in gesprek, onderwijs, ondernemers en overheid. Centraal staan de kwalitatieve doelstellingen, waarna we bedenken welke activiteiten deze doelstellingen gaan realiseren.

Als laatste beantwoorden we de vraag: wie gaan die activiteiten uitvoeren? En ja, naast het VO is ook het PO aangesloten bij deze ontwikkelingen en zit dus structureel bij ons aan tafel.”

Wat is de rol van het primair onderwijs binnen dit project?

“Je kunt niet het VO veranderen zonder dat het PO meebeweegt. Zij leggen de kiem van de ontwikkeling van kinderen. Het VO mag dat verder uit laten groeien. Maar dat betekent dat er ook in het PO veel aandacht moet zijn voor Techniek (o&o leren).

Daarnaast gaan we samen PO-VO overstijgende activiteiten opzetten. Dit betekent ook hier intensieve samenwerking. Deze professionalisering en het leren samenwerken combineren door gezamenlijke professionaliseringstrajecten op te zetten. Samen met T-PrimaiR, het bestuurlijk samenwerkingsverband in Tilburg, gaan we insteken op gezamenlijke masteropleidingen waarin de W&T ontwikkelingen op ieders school de casussen geven voor de professionalisering.

De houding van leerkrachten, het lef en de durf om dingen anders te gaan doen, deze vaardigheden zullen in de masters centraal staan. En daarbij het vertrouwen krijgen van je directie en je teamleden om dat experiment aan te gaan. We mikken in de plannen ook op ondersteuning van de schoolleiders. Hoe krijgen zij een visie op w&t? Het omarmen van o&o-leren en het managen van veranderingen binnen je teams, hoe doe je dat? Hoe verleid je hen tot verandering?

 Daarnaast ontwikkelen T-PrimaiR en het voortgezet onderwijs (VO) gezamenlijke W&T stimulerende trajecten. Waarvan het meest simpele voorbeeld, het gebruik maken van elkaars faciliteiten.

De doelstelling van het Ontdekstation013 wordt verbreed, waardoor er een leerlijn voor leerkrachten PO/VO kan ontstaan. Een perfecte leeromgeving voor leerkrachten , een expertise centrum voor o&o-leren. Dus het Ontdekstation013 als dé plek voor de onderwijsprofessional.

Je trekt leerkrachten uit hun veilige omgeving, laat ze zich in een rijke uitdagende leeromgeving ontwikkelen en zet ze daarna terug in hun eigen klas. De innovatiekracht moet wel vanuit het team komen. Maar mensen vinden het moeilijk om ingesleten patronen te veranderen. Daarvoor is visievorming en een scherpe koers nodig. Dus wil jij veranderingen bewerkstelligen moet je focus krijgen èn houden. Dat betekent niet opgeven wanneer de eerste weerstand zich aandient. Want je weet dat die er komt.”

Binnen het STO is ook een rol weggelegd voor het bedrijfsleven. Hoe ervaar jij die samenwerking?

“Over het algemeen botsen de culturen tussen onderwijs en bedrijfsleven heel erg. Er wordt te weinig echt met elkaar gesproken. Het onderwijs vindt dat het bedrijfsleven veel te snel wil en ad hoc opereert. Het bedrijfsleven vindt het onderwijs te traag en niet flexibel. En het is allebei waar.

Het gesprek tussen onderwijs, leerlingen en bedrijven zou meer moeten gaan over de hoe we jongeren technisch werk kunnen laten ervaren, dan over wat het onderwijs zou moeten lessen geven. Dat is het snijvlak.

Hier in Tilburg overlegt het onderwijsveld structureel met het bedrijfsleven. [link robo’s tilburg] Deze structuur bestaat al lang en is gedurende de jaren effectief gebleken. Essentieel is het om elkaar te begrijpen en contact met elkaar te krijgen. De RoBo bestaat nu uit het MBO, bedrijfsleven en relevante gemeentelijke instellingen. Maar ook voor het PO is zo’n structuur interessant.

Kinderen sorteren al op de basisschool voor op een eventuele beroepskeuze. Ze sluiten beroepen uit. Wat kun je daar als school of bedrijf aan doen?

“In het keuzegedrag van kinderen zijn ouders de belangrijkste sleutelfiguren. Met activiteiten in het Deltaplan techniek willen we ook hen laten zien hoe mooi de techniek voor hun kind kan zijn. Cruciaal hierbij is als ouder dat je kijkt naar je kind! Niet naar jouw wens of beeld op techniek maar wat de talenten en interesses zijn van je kind. Ik was bijvoorbeeld een praktisch kind, dingen uit elkaar schroeven, onderzoeken en monteren. Ik was altijd bezig.

Na de MAVO lag het in de lijn der verwachting dat ik naar de HAVO ging, maar ik wilde naar de MTS, want daar lagen mijn interesses. Eigenzinnig als ik was heb ik me daar gewoon voor aangemeld. Mijn ouders vonden dat een prima keuze. Omdat het mìjn wens was!”