Interview met Nick Roufs, Sjoerd Huskens en Benny Paumen

In Midden-Limburg hebben ze hun zaakjes goed op orde. De kracht ligt in de jarenlange samenwerking tussen het primair onderwijs (PO) en het voortgezet onderwijs (VO) in deze regio.

Al voor de start van het programma Kiezen-voor-Technologie in 2014 werden de technieklessen voor het PO door en op de VO-school georganiseerd. Elke vrijdagmiddag gingen twee techniekdocenten structureel aan de slag met basisschoolleerlingen.

Nick Roufs, teamleider VMBO op het Connect College in Echt, kijkt er onverschrokken bij. Voor hem is samenwerking essentieel en volkomen vanzelfsprekend als je het hebt over wetenschap en technologie (w&t) in het onderwijs. We spraken hem, samen met zijn projectcollega uit het basisonderwijs Sjoerd Huskens.

Sjoerd is als bovenschools w&t-coördinator van schoolbestuur Wijzers in Onderwijs verbonden aan het project Kiezen-voor-Technologie Midden-Limburg. We spraken op het Connect College over de kracht van een netwerk, de noodzaak van onderwijsvernieuwing en de samenwerking met het bedrijfsleven.

Kick-off

Het hele traject startten in 2014 met de ondertekening van een heus convenant. Een bezegeling op het gezamenlijke initiatief van de bestuurders uit het PO en VO om w&t serieus vorm te geven binnen het onderwijs voor heel Midden-Limburg van Weert tot Stittard. Daarna volgde een projectplan met 4 subregio’s. In het plan werden de grote kaders gezet en doelen geformuleerd, met ruimte voor de lokale kleur van elke subregio.

Subregio Echt-Susteren

Nick: “Met dit project kregen we de kans om de samenwerking nog meer te versterken. PO en VO leerkrachten werden samen verantwoordelijk voor de inhoud van de techniekmiddagen op de vrijdagmiddag. Dit was voor ons ook de start van de transitie van technieklessen naar w&t-lessen. Elke basisschool uit de regio volgden 5 vrijdagen techniek. Dat liep best goed, maar voor de basisscholen was het soms niet meer dan een ‘makkelijk’ uitje.”

Wat versta jij dan onder w&t?

Nick: “Voor mij is w&t het onderzoeken en ontwerpen met gebruikmaking van de harde techniek. Vanuit een vrije gedachte en met een nieuwsgierige houding.”

Het PO kreeg in 2014 echt een opdracht vanuit het ministerie, maar voor het VO lag die verwachting er toen niet. Toch koos deze regio ervoor om de implementatie van w&t ook in het VO te organiseren.

Nick: “Op het Connect College kenden we al veel projecten die lonkten naar w&t. In de onderbouw van havo-vwo kregen de leerlingen Opeduca en Beta-onderwijs en in de bovenbouw kon je kiezen voor Natuur, Leven en Technologie. Op het VMBO hadden we de koppeling tussen natuur(kunde) en techniek ook al gemaakt. Deze projecten passen eigenlijk allemaal in het gedachtegoed van w&t. We konden dus volledig mee in het plan.”

De gezamenlijke ambitie was geboren. Een doorlopende leerlijn w&t vanaf de basisschool tot en met leerjaar 2 in het VO voor de regio Echt-Susteren. Wel een hele grote ambitie. De grootste opdracht, hoe krijg je al je collega’s mee in dit plan?

Nick: “We hebben een stuurgroep. Daarin zijn alle onderwijspartners vertegenwoordigd. Sjoerd namens Wijzers in Onderwijs, ik namens het Connect College en André Nijboer, namens schoolbestuur Kindante. De meeste scholen willen wel mee, maar daar ligt niet altijd een bestuursafspraak aan ten grondslag. Dus de projectgroep zet de koers uit, met de verantwoordelijkheid richting hun eigen besturen, dat is de lijn. Maar elke andere school uit de regio mag aansluiten.”

“De stuurgroep faciliteert en zorgt dat het bij alle besturen en schoolleiders op de agenda staat. Men weet ervan! We gaan niet zeggen hoe het moet, maar we bieden wel motivatie, inspiratie, ondersteuning en professionalisering. Door Sjoerd in te zetten, verlagen we de drempel. Sjoerd doet het ook in zijn klas, dus doe met hem mee. Zodat een directeur ook ziet, oh ze willen wel en ik kan langzaam mee bewegen met het team.“

Sjoerd: “Ik heb de specialisatie w&t en daar ligt ook mijn hart. Mijn bestuur zocht een ambassadeur voor w&t. Iemand die de lijntjes legt en verbindingen maakt en zichtbaar maakt wat er al gebeurt op de scholen. Inmiddels doe ik dat voor 10 basisscholen.

Ook het project Coderen en Programmeren van de provincie diende zich aan. Dat had ook behoefte aan coördinatie. Dit kunnen we gewoon implementeren in onze planvorming van w&t. Mijn rol was vooral, waar kan ik al een klein beetje mee bewegen, een klein beetje sturen of ideeën aandragen.

Mijn taak is om dicht bij de bron, samen met een leerkracht w&t levend te maken in de klas met aandacht voor onderzoekend en ontwerpend leren (o&o-leren). Integraal van groep 1 t/m 8. De o&o-vaardigheden die vanzelfsprekend gebruikt en aangeleerd worden in groep 1 en 2, worden afgeleerd in groep 3 en 4. Houvast, structuren en opbrengsten voeren de overhand en ineens in groep 5 en 6 blijken die onderzoekende en nieuwsgierige houding heel belangrijk. Maar ja….”

Hoe verleid je je collega’s om o&o-leren te omarmen?

Nick:” Helemaal in het begin zijn we begonnen met een inpiratiebijeenkomst. We zijn gestart met een groep leerkrachten vol passie en interesse. Veel enthousiastelingen. Vervolgens wilden we deze groep uitbreiden om zo ook door te dringen bij leerkrachten met wat meer afstand tot de materie.”

Sjoerd: “Af en toe ben je echt een verkoper. Lou Slangen geeft o&o-cursussen voor leerkrachten op de basisschool zelf, dichtbij huis. Ik begeleid deze groep verder en dan kom ik met leuke ideeën en probeer ik meerdere collega’s van de deelnemers aan de cursus te betrekken. Het o&o-leren biedt zoveel meer vaardigheden dan gewoon een eindproduct creëren. Het zorgt voor creatief denken, oplossend vermogen.

Als leerkracht van groep 7 zie je het enthousiasme bij kinderen, ze zitten op het puntje van hun stoel. Vervolgens zie je leerlingen het pad van trial & error bewandelen, of een groep leerlingen die heel bedachtzaam te werk gaan. Je ziet je leerlingen echt veranderen, juist de leerlingen waarvan je het niet verwacht komen met briljante oplossingen uit de hoek. Je spreekt echt andere talenten en vaardigheden aan bij kinderen.

We willen leerkrachten ook laten zien hoe je kunt verbinden, zodat o&o-leren er niet alleen maar bij komt maar ook zaken vervangt. Sturen op doelen en leerlijnen en niet sturen op resultaat. Zonder methode. De rekendoelen gebruiken we als de projectdoelen voor een o&o-rekenles. Je integreert je rekendoelen in een w&t-les. En daar zit een toetsmoment in.”

Nick: “Zo heb ik zelf ook altijd les gegeven, vanuit mijn basis en mijn passie. De manier waarop je waarop je iets aanbied en verbind aan de wereld om je heen maakt het verschil voor leerlingen. Het maakt ze nieuwsgierig of ze haken af.

We hebben in de regio ook de behoefte gepeild. Wat willen jullie eigenlijk leren? Alle doelgroepen leerlingen om de tafel en we zijn het onderwijs samen gaan ontwerpen. Daarnaast was er een bijeenkomst met de ouders.

Ouders zijn echt enthousiast. Als je ouders vraagt, wat wil je dat jouw kind leert, noemt niemand Engels of Rekenen. Leren samenwerken, leren ontdekken, dat ze kritisch durven zijn, dat ze zichzelf worden, persoonlijke ontwikkeling. Dat had ik niet verwacht. Ik had verwacht dat ouders het ook over kennisdomeinen zouden hebben.”

Sjoerd: “Ik herken dat wel. De meeste ouders willen dat hun kind gelukkig is en op zijn of haar plek zit. Dat is het doel.”

Waarom houden jullie zo van het onderwijs?

Sjoerd: “Je wilt leerlingen in de breedste zin van het woord iets bijbrengen. Dat ze goed passen in de maatschappij, hun weg kunnen vinden, ze op weg helpen. Waarden, normen en vaardigheden aanleren. Klaarstomen voor de grote wereld.”

Nick: ”Dat kinderen gelukkige en waardige mensen worden. Ik heb niet gekozen voor het vak Natuurkunde, maar voor het onderwijs. Ook al geef ik niet zoveel les meer. Het belangrijkste voor mij is het bijdragen aan de ontwikkeling van een kind en dat ik daarmee bijdraag aan de ontwikkeling van de maatschappij. Waar ik gelukkig van word? Als leerlingen trots zijn op hun eigen prestaties.”

Samenwerken met het bedrijfsleven

Naast een intensieve samenwerking tussen PO en VO zet de stuurgroep zich ook in voor samenwerking met het bedrijfsleven. Zij zien die samenwerking als een gezamenlijk project van het onderwijs en het bedrijfsleven. Geen excursie, maar echte lessen.

Sjoerd: ”Met de Gamma hier in Echt draaien we zo’n project. De Gamma bezoekt de school. Kinderen gaan vanuit een analyse, een behoefte of een probleem van het een oplossing ontwerpen. Bijvoorbeeld een boekenrek ontwerpen of een kast voor het buitenspeelgoed. Uiteindelijk gaan ze dat ontwerp bij de Gamma realiseren.
Er wordt dus volop geanalyseerd, aangepast en gecreëerd.”

Nick: ”Binnen het project PO/VO willen we wel het bedrijfsleven ook gaan betrekken, maar dat is lastig in deze subregio. We hebben heel veel MKB en dat vergt veel van bedrijven om mee te schakelen als partner.”

Sjoerd: ”Veel bedrijven willen wel. We hebben het programma bij de Gamma geëvalueerd en zij gaan de komende vijf jaar jaarlijks 2 projecten met ons realiseren. Ze committeren zich dus wel aan de regio. Ze willen er echt wat van maken. Dat is wel echt waardevol. De verwondering is dan wederzijds, de leerling over het bedrijf en het bedrijf over de talenten van leerlingen.”

Nick: “De regio trekt wel weer aan qua vestigingsklimaat. Er komen meerdere nieuwe bedrijven. Voor de VMBO-school is het van wezenlijk belang om goede relaties te onderhouden met het MKB. Je leerling is ook heel erg gebaat om meegenomen te worden door een kleine zelfstandige die zijn of haar passie en enthousiasme overbrengt.”

Vakintegratie w&t in een breder perspectief.

Ondertussen sluit Benny Paumen aan bij het gesprek. Hij is, net als Sjoerd, bovenschools w&t-coördinator maar dan namens het Connect College.

Benny: “Ik ben docent w&t, natuurkunde & gym. Van hoofd naar hart en fysiek.”

Nick:”Benny komt uit de sportwereld en is 2 jaar geleden met de opleiding natuurkunde begonnen. In je team heb je creatieve mensen nodig die vanuit een nieuwe blik en vanuit een ander perspectief naar het werk van alledag kijken. Benny geeft rekenles in de gymzaal! Dat maakt iets los bij collega’s. En hij werkt samen met een echt die-hard techniek docent. Door die koppeling maak je interessant onderwijs.”

Benny: “Bal overgooien met keersommen, bij een fout antwoord push-ups doen. Naar boven rennen en antwoorden zoeken. Rekenen in een spelvorm, dan houd je ze enthousiast. En beklijft het beter. Er is zoveel materiaal voorhanden wat je kunt inzetten. Een half uurtje googlen levert heel veel op. Simulaties online. Dan zie je leerlingen ook versnellen, en thuis aan de slag gaan. Ja, zo simpel is het gewoon. Wij zijn heel praktisch ingesteld.”

Sjoerd: “Dat is ook onze valkuil. Wij vinden dat heel simpel. NA overleg zitten we vol ideeën en enthousiasme, maar dan… Dit moeten we over zien te brengen op onze collega’s.”

Hoe breng je dat enthousiasme over?

Nick: ”De leerkrachten zelf aan de slag zetten. Zij bedenken het thema, samen met Benny worden de lessen ontworpen en ze geven deze lessen ook samen. Ze gaan de lessen ook samen verder ontwikkelen. Er ontstaat een gezamenlijk eigenaarschap.”

Tot slot, waar ben je jaloers op vanuit PO naar VO en vice versa?

Sjoerd: “In het VO lijkt er sneller, meer mogelijk. We gaan het gewoon doen en organiseren. We gaan het omvormen. Er worden knopen doorgehakt. Dat lijkt wel zo.”

Benny: “In het PO moet je zo breed geïnteresseerd en georiënteerd zijn. Ze moeten alles geven. Als je een willekeurige natuur en techniek methode uit groep 7 pakt, daar staat zoveel in, en er is al zoveel dat moet! Maar wanneer je met een kleine groep vanuit een w&t manier naar kijkt, heb je een project te pakken en ben je samen vertrokken. Daarin kunnen PO en VO elkaar vinden. Die kinderen kunnen zoveel zelf. Soms staat het zweet op de verkeerde rug. Hoe harder de leraar werkt, hoe meer de leerlingen achterover gaan hangen.”

Nick: “Er is binnen het PO heel veel enthousiasme om samen te werken. Het VO is vaak wat groter georganiseerd, dat maakt het ook logger. Binnen een team wordt vanzelfsprekender samengewerkt, men zoekt elkaar op.
Het VO heeft wel meer ruimte, in tijd en faciliteiten. Anders dan in het PO.

De kracht is elkaars sterktes vinden, die bij elkaar zetten en laten samenwerken. Je hebt juist verschillende types nodig. Ambities en plannen genoeg in Midden-Limburg.”